Verdoving, en dan?

Uw huisdier komt voor een operatie of scopie en heeft dus een verdoving (roesje) nodig. En dan…

Anesthesie gasnarcose operatiekamer

U komt uw hond of kat brengen voor een ingreep waarbij hij/zij onder algehele narcose wordt gebracht. Wat betekent dat eigenlijk en wat komt er allemaal bij kijken? Graag leggen wij nader uit wat u kunt verwachten wanneer u uw dier bij ons brengt voor een operatie of scopie.

Het hoeft niet zo te zijn dat alle onderstaande stappen van toepassing zijn op de behandeling van uw huisdier, dit is afhankelijk van verschillende factoren. We zullen ze zo goed mogelijk uit leggen.

1. Risicofactoren
Net zoals bij mensen is geen enkele verdoving zonder risico. Er zijn enkele factoren die het risico tijdens een narcose verhogen. Dit zijn onder andere: jonge dieren, oude dieren, onder-of overgewicht, dieren met een korte snuit (brachycephalie) en dieren met het MDR-1 gen (Multi Drug Resistant) en dieren met hart- of nierproblemen. Om het risico zoveel mogelijk te beperken volgen we een speciaal behandelingsprotocol.

2. Lichamelijk onderzoek
Uw huisdier zal eerst een volledig lichamelijk onderzoek ondergaan. Hierbij let de dierenarts onder andere op de pols, hart- en longgeluiden en algehele gezondheid en conditie. Mocht de gezondheid of de leeftijd van uw dier een indicatie zijn voor nader onderzoek, dan word een bloedonderzoek aangeraden. Middels een bloedonderzoek kunnen onder andere de lever- en nierwaarden bepaald worden. Het goed functioneren van de lever en de nieren is van groot belang bij het ondergaan van een narcose.

3. Verdoving en voorbereiding
Uw huisdier krijgt een (lichte) verdoving op maat. Dit betekent dat elke verdoving op het betreffende dier wordt afgestemd qua keuze van middelen en samenstelling. Wanneer uw huisdier slaapt wordt hij/zij meegenomen naar de voorbereiding. Bij de voorbereiding wordt het operatiegebied zorgvuldig geschoren en gedesinfecteerd. Dit zijn slechts enkele van de vele maatregelen die genomen worden om de infectiekans te minimaliseren. Er wordt een ademhalingstube in de luchtpijp aangebracht. Met behulp van de tube is er altijd een vrije luchtweg is zodat uw huisdier probleemloos adem kan halen. Er worden oogdruppels toegediend om uitdroging van het hoornvlies te voorkomen. Dit is nodig omdat de ogen niet uit zichzelf dicht gaan en omdat de traanproductie wordt verminderd. Er wordt aanvullende medicatie toegediend zoals pijnstilling en/of antibiotica. Wanneer nodig wordt er een infuus aangebracht.

4. Tijdens de ingreep
Na de voorbereiding wordt uw huisdier naar de operatiekamer gebracht. Hier wordt de verdoving van uw huisdier wanneer nodig ondersteund door gasnarcose. Uw dier wordt nu aangesloten op de bewakingsapparatuur. De paraveterinair die verantwoordelijk is voor de (gas)anesthesie laat uw huisdier geen seconde uit haar zicht. Zij is continu gegevens aan het verzamelen over de toestand van uw huisdier waarvan zij elke 10 minuten een schriftelijk verslag maakt. Zij controleert onder andere: de hartslag, de ademhaling, eventuele gecontroleerde ventilatie door het beademingsapparaat, de temperatuur, de ademhalingsgassen, de slijmvliezen, de reflexen en de stabiliteit van het infuus en de gasnarcose. Dit wordt tijdens de gehele ingreep continu gecontroleerd en aangepast waar nodig. Ook is er continu monitoring, en zo nodig aanpassing, van de pijnbestrijding al naar gelang de ingreep.
Operatiekamer dierenarts

5. Afkoppelen
Bij het afronden van de ingreep moet ervoor gezorgd worden dat uw dier met een veilige en zelfstandige ademhaling klaar is om van de operatiekamer naar het verblijf in de (dag)opname gebracht kan worden. Ook tijdens dit proces worden de metingen van stap 3 nog continu uitgevoerd.

6. Recovery
Een opnameverblijf bevat altijd een antislipmat, een warmtemat en één of meerdere comfortabele dekens. De anesthesist blijft tot 30 minuten nadat de ademhalingstube is verwijderd vlakbij uw huisdier. Dit creëert een veilige begeleiding naar het rustig wakker worden van uw huisdier. Ook hier wordt de pijnstilling gecontinueerd wanneer nodig.

7. Controle
Tijdens de rest van het verblijf van uw huisdier in onze (dag)opname wordt uw dier continu in de gaten gehouden. Elke 30 minuten worden de hartslag, ademhaling, temperatuur, reflexen, slijmvliezen, de operatiewond en eventueel infuus gecontroleerd en genoteerd. Dit geeft de dierenarts een betrouwbaar inzicht in het verloop van het herstel van uw huisdier zodat er tijdig ingegrepen kan worden als dit nodig blijkt te zijn. Ook geeft het ons een goede inschatting van wanneer uw huisdier wakker genoeg zal zijn om weer met u mee naar huis te kunnen.
opname hondje herstel

8. Contact
Na de ingreep neemt de dierenarts of paraveterinair telefonisch contact met u op. Hij of zij geeft u door hoe de ingreep is verlopen, hoe het herstel gaat en spreekt een tijd van ophalen met u af.

9. Naar huis check
Vijf minuten voor dat uw huisdier weer met u mee naar huis kan wordt er een naar-huis-check uitgevoerd. Hierbij worden dezelfde waardes gecontroleerd als bij stap 6 en deze worden als laatste controle in de patiëntenkaart genoteerd. Afhankelijk van de ingreep krijgt uw dier
nog een extra injectie met pijnstilling.

10. Mee naar huis
De dierenarts of paraveterinair ontvangt u om de details van de ingreep, eventuele röntgenfoto’s en medicatie met u door te nemen. Ook wordt tijdens dit gesprek uitleg gegeven over de dagelijkse wondverzorging, het eten en drinken en beweging tijdens het herstel. Het kan zijn dat uw huisdier een petshirt (rompertje voor dieren) of kraag mee krijgt.

11. 10-daagse controle
Het is van belang dat u de 10 dagen na de ingreep dagelijks de wond controleert en ervoor zorgt dat uw huisdier NIET aan de wond kan komen. Een kraag of petshirt voorkomt dat uw huisdier aan de wond kan gaan krabben, bijten en/of likken. Dit voorkomt weer het ontstaan van wondinfecties. Na 10 dagen zien we uw huisdier graag terug op het paraveterinaire spreekuur, elke werkdag tussen 16:00 en 17:00 uur. Bij een positieve uitkomst van de controle (mooie wondheling, geen bijzonderheden tijdens het herstel en goede mobiliteit) is uw huisdier patiënt-af.

Louise van Schijndel met hondjeMocht u nog vragen hebben naar aanleiding van de bovenstaande informatie, neem dan gerust contact met ons op via 0341 – 55 33 25 of ermelo@sterkliniek.nl.