Voeding van de hond – Feiten & Fabels deel II

Waarom heeft een dier energie nodig?

Het is geen aardige vergelijking maar in feite is onze hond een minifabriekje. Aan de ene kant worden allerlei grondstoffen opgenomen en aan de andere kant worden de afvalproducten en restanten weer uitgescheiden. In de fabriek worden allerlei producten (weefselonderdelen) gemaakt zodat weefsels in het lichaam kunnen groeien (groei, dracht) of vervangen kunnen worden vanwege ouderdom of beschadiging. Ook kan de fabriek tijdelijk bepaalde stoffen produceren zoals bijvoorbeeld melk tijdens de lactatieperiode van een teef.
Bij deze productieprocessen komt ook warmte vrij die helpt om de lichaamstemperatuur te handhaven.
Al deze productieprocessen kosten brandstof en dat is de reden dat een dier energie (brandstof) moet opnemen.

Welke voedingstoffen leveren energie?

De voeding bevat vele voedingstoffen maar lang niet alle voedingstoffen zijn in staat om energie te leveren. Zo zijn bijvoorbeeld vitaminen en mineralen geen energieleveranciers.
Een hond kan vetten, koolhydraten en eiwitten gebruiken als brandstof, deze voedingstoffen bepalen dus de energiewaarde van de voeding.
Als een hond 100% efficiënt zou verbranden dan zou hij 100% van de energie in de voeding kunnen gebruiken. Helaas kan de hond dit niet door zijn eigen fysiologie en omdat niet alle stoffen voor 100% door de darm kunnen worden opgenomen.
Dit is ook een kwaliteitsverschil: de aanwezigheid van een voedingsstof in de voeding garandeert nog geen opname! De hond is gebaat bij een goede “verteerbaarheid” van de voedingsstof, dat wil zeggen dat hij het grootste deel van de voedingstof daadwerkelijk op kan nemen en kan gebruiken.

Energiewaarde

De aanwezige energie in een kilogram voeding kan redelijk eenvoudig bepaald worden. Daartoe wordt 1 kilogram voer verbrand onder laboratoriumomstandigheden. De hierbij vrijgekomen warmte wordt gemeten en zo kan berekend worden hoeveel energie 1 kilogram voeding bevat. Deze hoeveelheid energie wordt de Bruto Energie (BE) genoemd.

Energie wordt uitgedrukt in bepaalde eenheden. Helaas worden 2 eenheden door elkaar heen gebruikt dus soms moet er even “omgerekend” worden. De eenheden die u tegen kunt komen zijn: “calorie” en “Joule”. Omdat het meestal om grote hoeveelheden gaat worden deze termen voorafgegaan door het voorvoegsel “kilo” wat staat voor een factor 1000. Aldus spreken we van kilocalorie (kcal.) of kilojoule (kJ.)

Wilt u omrekenen naar een andere eenheid dan dient de volgende afgeronde vergelijking te worden gebruikt: 1 kcal. = 4,2 kJ.

De energie die een hond bij benadering kan opnemen uit de voeding is te berekenen. Daarbij dient men wel te bedenken dat een (zeer) goed verteerbare voeding natuurlijk meer energie levert. Hier zien we ook een interessant kostenaspect opduiken. Indien voeding A 10% goedkoper is dan voeding B dan zal u dit alleen wat opleveren als voeding A ook minsten net zo goed verteerbaar is als voeding B, en dit ligt in de praktijk nogal eens anders…….

De energie die de hond kan opnemen uit de voeding noemen we de Metaboliseerbare Energie (ME). Dus hoe hoger de ME van een voeding is des te meer energie een hond uit deze voeding kan opnemen. De ME is te berekenen met de volgende informatie:

1 gram vet levert 9 kcal
1 gram eiwit levert 4 kcal
1 gram koolhydraat levert 4 kcal.

Deze benadering geldt voor een hondenvoer van hoge kwaliteit.

Omdat een hond een vrijwel vaste energiebehoefte heeft per dag bepaalt dit dus in feite de benodigde hoeveelheid voer. Deze hoeveelheid voer levert de benodigde energie en IN deze hoeveelheid voer moeten dus verder ook alle benodigde voedingstoffen aanwezig zijn!

Waar vindt u de ME?

De overheid stelt regels aan de informatie op de verpakking van diervoeding. Het is niet toegestaan kwaliteitscriteria te vermelden op de verpakking. Dat is de reden dat u de ME niet zult vinden op de verpakking. Wilt u hier meer over weten dat zult u de fabrikant moeten raadplegen.
Indien u echt geïnteresseerd bent is het van belang om ook te kijken met welke methode de bepaling heeft plaats gevonden. De ME kan berekend worden (NRC-methode 74 of 85) of daadwerkelijk gemeten worden onder praktijkomstandigheden. Bij een nauwkeurige vergelijking van ME-waarden moet ook de bepalingsmethode erbij betrokken worden.

Wat kan er mis gaan in de dagelijkse voeding van de hond ten aanzien van de ME?

U kunt zich voorstellen dat bij een onjuist energieaanbod de fabriek reserves gaat aanleggen of dat de productie te wensen over laat bij een te laag energieaanbod. Enige energiereserve zal aanwezig zijn in de vorm van vet, dit is tenslotte de meest geconcentreerde vorm van brandstof voor het dier.
Een hond in een goede energiebalans heeft een geringe energiereserve en in deze voedingsconditie zijn de laatste 2 ribben te zien bij een kortharig ras en duidelijk te voelen bij een ras met een langere vacht. In de praktijk blijkt dat veel honden in een te rijke conditie verkeren.

Het gekke is dat veehouders en paardeneigenaren hun dier altijd met het oog beoordelen en desnoods het dier betasten om de conditie in te schatten en vervolgens de te geven hoeveelheid voer bepalen. Hondeneigenaren zijn geneigd de bak zonder nadenken vol te storten. Dit is ook de reden dat veel honden kampen met overgewicht want het is een fabel dat dieren zelf hun energieopname reguleren.

Dieren met een verhoogde energiebehoefte

Drachtige honden krijgen na verloop van tijd een verhoogde behoefte. Hierdoor, en door de beperkte ruimte voor de maag tijdens de gevorderde dracht, is een geconcentreerde voeding gewenst. In volgende artikelen kom ik hier op terug maar deskundig advies inwinnen over de voeding van de drachtige teef is een must!

Ook sporthonden hebben een verhoogde energiebehoefte. In de praktijk gaat het vaak fout omdat de eigenaar vet gaat toedienen, meestal in de vorm van schapenvet.
Op zich kan je de energie-inhoud van het voer verhogen door de toedienen van vet waarbij kokosvet een heel geschikte bron is.
MAAR! Het toedienen van vet verdunt als het ware de concentratie aan andere voedingstoffen. Daarbij komt nog het feit dat er bij sporthonden een verhoogde behoefte bestaat aan bepaalde voedingstoffen. Indien van een hond echt prestaties worden geëist op niveau dan zal een voeding en voedingsschema gekozen moeten worden die overeenstemmen met de werkelijke behoeften en de hond optimaal laten presteren. In Nederland zijn enkele speciale voedingen voor sporthonden beschikbaar.

Dieren met een verlaagde energiebehoefte

In het algemeen betreft het hier honden in een overconditie. Honden laten vermageren door minder voer te geven is slechts in weinig gevallen verstandig. De dieren vermageren doordat ze bijvoorbeeld 20% minder voer krijgen dus ook 20% minder energie. MAAR! U geeft ze dan ook 20% minder vitaminen, eiwitten en andere belangrijke stoffen! Bovendien is vermageren voor een lichaam een stresssituatie waarbij ook verhoogde behoeftes kunnen ontstaan.
Indien er sprake is van overconditie kunt u het beste in overleg met uw dierenarts voor een korte periode een geschikt vermageringsdieet instellen. Bovendien zullen dan eventuele medische oorzaken van overgewicht dan direct aan het licht komen. De meest voorkomende oorzaak hierbij is een onvoldoende functionerende schildklier.
Speciale vermageringsdiëten zijn ook zo samengesteld dat de spiermassa behouden blijft en dat het lichaamsvet beter verbrand wordt.
Veel “light-voeders” klinken slank maar in praktijk zijn ze niet geschikt om een dier verantwoord te laten vermageren. Sommigen zijn wel geschikt om een dier op het ideale gewicht te houden alhoewel “de hand die voert” hier ook een hele belangrijke rol speelt.

Veelvoorkomende gevaarlijke fout

Voor pups van grotere rassen met de kans op groeistoornissen zijn speciale voedingen op de markt met een relatief laag energiegehalte. Daarnaast is het calciumgehalte verlaagd. Deze voeders zijn ONGESCHIKT om aan de drachtige of lacterende teef te geven. Voor deze teven zijn speciale voeders beschikbaar.

Kort samengevat

De metaboliseerbare energie van de voeding is een maat voor kwaliteit en bepaalt de hoeveelheid voer die een hond onder bepaalde omstandigheden nodig heeft. Moet een hond uitzonderlijk presteren (dracht, lactatie, sport) dan is een aanpassing van de voeding gewenst.
Een hond in goede conditie laat bij een korte vacht de laatste ribben zien en bij de aanwezigheid van meer vacht moeten de laatste ribben goed te voelen zijn.
De adviezen op de verpakking of in de folder zijn een RICHTLIJN, de goede hondeneigenaar beoordeelt dagelijks de conditie van zijn hond en past het dagelijkse rantsoen hierop aan.

© 2010 Dierenarts B.J. Carrière, Sterkliniek Dierenartsen Ermelo.