Groeistoornissen deel 4, Voeding en Beweging

Enkele belangrijke aspecten van pupvoeding

Vrijwel alle groeistoornissen van het skelet hebben een erfelijke basis. Milieufactoren (omgevingsfactoren) kunnen echter van grote invloed zijn. Voeding is zo’n milieufactor en hier worden helaas nog enorme fouten meegemaakt wat in veel gevallen leidt tot het optreden van klinische symptomen of het verergeren van bestaande klinische symptomen.

Energiegehalte

Het energiegehalte is de meest bepalende factor in de voeding voor het ontstaan van groeistoornissen. Een overmaat aan energie (kilocalorieën) verhoogt sterk de kans op het ontstaan van problemen. Om deze reden hebben vooraanstaande fabrikanten een speciale voeding voor pups van grote en zeer grote rassen ontwikkeld met een energiegehalte dat is aangepast op de aan dat moment geldende behoefte en mogelijkheden van de pup.
De kunst is vervolgens om de pup in de juiste voedingsconditie te houden. De conditie beoordeelt men door de vingertoppen met een lichte druk over de borstkas te laten glijden. De harde structuur van de ribben is dan te voelen met daartussen steeds een kuiltje, dit zijn de zachtere tussenribspieren. Indien een pup te veel energie ontvangt met de voeding zullen zich op deze plaats vetreserves gaan vormen met als gevolg dat u de verschillende structuren niet meer zo goed kunt waarnemen. Een vetopslag is ongewenst zodat een regelmatige controle verstandig is. Het is aangetoond dat slechts enkele kilo’s overgewicht al groeistoornissen kunnen verergeren.
De ongewenste vetopslag kan als volgt worden voorkomen: neem als richtlijn de hoeveelheid voeding die in de tabel op de verpakking voor de pup wordt aangeraden. Controleer eens per week de voedingsconditie van de pup: wordt deze te mager dan mag er 5-10% bij, wordt deze te dik dan wordt de dagelijkse voedingshoeveelheid verminderd met 5-10%. Bij een kortharige hond kan het goed zijn dat de laatste 3-4 ribben goed zichtbaar zijn en dat de hond een magere indruk maakt. Bedenk wel dat dit een belangrijke bijdrage kan zijn aan het voorkomen van groeistoornissen.
Bijkomend voordeel is dat de pup weinig vetcellen zal aanleggen, hierdoor wordt de pup later als volwassen hond minder gevoelig voor het ontstaan van vetzucht.

Eiwit

Eiwitten hebben altijd de naam gehad de groei negatief te beïnvloeden maar dit is al lang onjuist gebleken. In 1993 is al internationaal gepubliceerd door vooraanstaande wetenschappers (Nap et al.) dat eiwitten geen enkele invloed hebben op het ontstaan van groeistoornissen.
Integendeel, tegenwoordig ontstaat steeds meer het inzicht dat spieren belangrijk zijn voor deze honden. Als het skelet later in de ontwikkeling niet helemaal goed blijk te zijn dan kunnen spieren veel compenseren, zij zorgen voor de stabiliteit van het skelet! Dit is heel goed te zien bij honden met slechte heupgewrichten. Honden met matige heupen kunnen vaak nog heel goed functioneren als zij goed gespierd zijn. Sterker nog, het is mogelijk om bij niet al te zware honden het pijnlijke gewricht te verwijderen waarbij de hond zich verder, vaak nog heel goed, kan redden met een gewricht van spieren en bindweefsel!
Spieren moeten door de jonge hond opgebouwd worden, ten eerste zijn hier bouwstoffen voor nodig (eiwitten) en ten tweede moet de hond als het ware “gevraagd” worden om spieren te ontwikkelen. Een gerichte beweging (training) is hiervoor een vereiste.
De speciaal aangepaste pupvoeders bevatten dan ook veel eiwit van hoge kwaliteit om de spierontwikkeling te ondersteunen. Eiwitten zijn een kostbare grondstof en dit is één van de redenen dat deze pupvoeders prijzig zijn.
Onderstaande tabel laat enkele eiwitbronnen zien met de bijbehorende gemiddelde eiwitgehalten, dan wordt ook meteen duidelijk dat babyproducten (pap en dergelijke) en rundermelk geen goede voedingen zijn voor een pup.

Vergelijking gemiddeld eiwitgehalte op droge stof basis*

Voeding Gemiddeld eiwitgehalte in de droge stof (%)
Tevenmelk                33.2
Rundermelk             25.6
Mensenmelk               8.1
Droogvoer pup       29-39
Blikvoer pup            35-45
Vlees                           45-65

* Door producten om te rekenen naar droge stof wordt het mogelijk deze onderling te vergelijken.

Mineralen

Mineralen zijn belangrijk voor vele processen in het lichaam maar zeker tijdens de groei spelen enkele mineralen een zeer belangrijke rol bij de bouw van het skelet. Het is dan ook niet vreemd dat mineralen en met name calcium, het ontstaan van groeistoornissen kan beïnvloeden. Het voert te ver om hier op het exacte mechanisme in te gaan maar het komt op het volgende neer: een pup is niet goed in staat om zijn calciumstofwisseling te regelen waardoor ze gevoelig zijn voor een overmaat aan calcium. Hier is veel onderzoek naar gedaan en inmiddels weten we dat pups van grote rassen veel gevoeliger zijn dan pups van kleine rassen voor een overmaat calcium. Bij een te laag calciumgehalte ontstaat echter weer het risico van botbreuken door een onvoldoende mineralisatie van het skelet. Waar voor ieder ras op zich het optimale calciumgehalte ligt is nog niet geheel duidelijk maar duidelijk is wel dat overdaad schaadt!
Dit is de reden dat in alle speciale puppyvoeders voor grotere rassen het calciumgehalte is verlaagd. Indien men niet te veel voert van dat voer en geen calciumhoudende toevoegingen doet mogen we ervan uitgaan dat de pup niet te veel calcium krijgt.
Diverse voedingssupplementen met de meest mooie beloftes en diverse snacks en snoepjes bevatten calcium als grondstof of als vul- of persmiddel waardoor ongemerkt veel calcium wordt bijgevoerd met alle risico’s van dien.

Er is één groeistoornis (“enostosis” genaamd) waarbij de pup alsnog te veel calcium vastlegt ondanks de preventieve maatregelen in het voer. Door de voergift gedurende 10-14 dagen tijdelijk te verlagen met 15-20% en eventuele medicatie met ontstekingsremmers kan deze aandoening succesvol bestreden worden. Controle op geschiktheid van de voeding en mogelijke bijvoeding dient zeker plaats te vinden. Enostosis is een van de weinige groeistoornissen die zonder restverschijnselen kan genezen.

Vitaminen

Vitaminen zijn, ondanks dat het zeer geringe hoeveelheden zijn, onmisbaar voor vele processen in het lichaam. Het is dan ook niet meer dan logisch dat pups een veel hogere behoefte hebben dan de volwassen hond. Dit is dan ook één van de redenen waarom het onverstandig is om de pups tijdens de groei een voeding te geven voor volwassen honden. Het is een wijd verspreid misverstand dat de voeding van pups aangevuld moe worden met vitamine C, dit is absoluut onverstandig!

Speciale ingrediënten

Pups staan in de groeiperiode bloot aan vele stressfactoren, bijvoorbeeld de overgang naar een nieuwe omgeving, de vaccinaties, infecties met wormen en ook al klinkt het raar, groeien is ook een behoorlijke belasting voor de pup. Dit is dan ook de reden dat een pup een grote behoefte heeft aan slaap.
In hoogwaardige voedingen worden maatregelen genomen om deze belasting voor de pup te verlichten. Grondstoffen worden zo gekozen dat deze licht verteerbaar zijn en op die manier geen belasting vormen voor de pup. Andere ingrediënten stimuleren de groei van goede en nuttige bacteriën in het maag-darmkanaal en verkleinen de kans op diarree. Tenslotte verliest een pup belangrijke stoffen bij diarree en zeker onvolwassen dieren kunnen in de problemen komen bij perioden met diarree. Daarnaast zijn toevoegingen die het immuunapparaat ondersteunen zeker zinvol.

Voerschema

De tekst op de verpakking zal in het algemeen een voedingsadvies geven inzake de hoeveelheid voeding per dag. Helaas zijn deze tabellen soms wat moeilijk te interpreteren.
In de praktijk is het gemakkelijk om met een bepaalde hoeveelheid voeding te beginnen. Deze moet nauwkeurig afgewogen worden en bijvoorbeeld op een maatbeker afgetekend worden. Vervolgens controleert men1x per week de voedingsconditie van de hond door naar de vetopslag op de ribwand te voelen. Verdwijnt de ribstructuur dan is er sprake van overconditie en kunt u de voergift verminderen met 5-10%. Wordt de ribstructuur te duidelijk dan kunt u de voergift verhogen.
De juiste dagelijkse hoeveelheid voer is eigenlijk niet in een tabel aan te geven, het is slechts een richtlijn. De verschillen in de dagelijkse voerbehoefte worden veroorzaakt door verschillen in ras, sekse, stofwisseling, activiteit en omgevingsfactoren.

Toevoegingen

De producenten die de medische wetenschap op de voet volgen en de technische kennis en mogelijkheden hebben zullen aan de voeding stoffen toevoegen die de gezondheid van de hond ondersteunen en de kans op aandoeningen verkleinen.
Recente voorbeelden hiervan zijn stoffen als glucosamine en extracten van de groenlipmossel die de gewrichten ondersteunen. Een stof als zeoliet beschermt het darmslijmvlies tegen schadelijke invloeden en vermindert de kans op diarree.
Dit type voedingen, mits juist toegediend, behoren tot de beste voedingen die op dit moment verkrijgbaar zijn.

Maagkanteling en schrokkerig eten

Maagkanteling (bij de wat grotere hond) en schrokkerig eten zijn twee zaken die regelmatig voorkomen en die het liefst voorkomen moeten worden. Maagkanteling omdat deze aandoening een slechte prognose heeft en schrokkerig eten omdat dit de spijsvertering nadelig beïnvloedt en het ontstaan van een maagkanteling kan bevorderen.
Schrokkerig eten kan worden tegengegaan door een afgeronde kei in de voerbak te leggen. Bij schrokkerig eten zal de hond zijn lip stoten en vanzelf rustiger om de kei heen gaan eten.
Een belangrijk aspect in de preventie van maagkanteling is gelegen in het voerregime. Voeren, eventueel vanaf een standaard, in meerdere kleine porties per dag met een hoog verteerbaar voer verdient zeker de voorkeur. Daarnaast moeten sterke koudeprikkels, het drinken van veel koud water en het eten van sneeuw, voorkomen worden. Beweging in het eerste uur na de maaltijd dient sterk beperkt te worden. Maagkanteling is bij de jonge hond een relatief zeldzame aandoening.

Tot slot

Voeding van de jonge hond is geen eenvoudige zaak. De gemiddelde moderne jonge hond is een stuk kwetsbaarder geworden dan zijn voorouders. Ook verlangen wij als eigenaar een lang leven van onze hond. Het verdient dan ook aanbeveling om een keuze te maken uit de best beschikbare voedingen die door sommige A-merken op de markt worden gebracht. Niet alleen zijn de grondstoffen hier van de hoogste kwaliteit en zijn er gezondheidsondersteunende stoffen toegevoegd maar ook de kwaliteitscontroles zijn hier het strengst.

Trainingsadvies voor een jonge hond

 

Waarom trainen?

Vele rassen, maar ook sommige kruisingen, zijn behept met instabiele gewrichten of groeistoornissen die het skelet nadelig beïnvloeden. Heupdysplasie en elleboogdysplasie zijn bekende voorbeelden van deze problemen. Gewrichten die minder goed functioneren zijn gebaat bij extra steun. Natuurlijke steun kan verkregen worden door een goed ontwikkeld spierstelsel.
Onze huishond hoeft niet veel te bewegen om zijn voedsel te bemachtigen. Bij gebrek aan soortgenoten in een roedel zijn er relatief ook weinig spelmomenten die voor beweging zorgen. Daarnaast hebben weinig baasjes in hun drukke leven veel tijd om aan de hond te besteden. Ook zien we een toename van kleine hondjes die nogal eens gedragen worden.
Dit alles bij elkaar zorgt ervoor dat de meeste huishonden maar een matig spierstelsel vertonen. Door gericht te trainen met een hond kan je helpen een goed spierstelsel te ontwikkelen wat de stabiliteit van het skelet ondersteunt. Hierdoor zal de hond een betere levenskwaliteit krijgen en deze ook langer kunnen houden. Bovendien zorgt het gezamenlijk trainen voor een goede sociale band tussen baas en hond.

Wat is belangrijk?

De voeding
Pups van rassen die het risico lopen groeistoornissen te krijgen dienen gedurende de GEHELE pupperiode pupvoeding te krijgen en wel pupvoeding die speciaal ontwikkeld is voor deze pups. In deze voeding zijn een aantal factoren aangepast die de voeding veiliger maken voor deze pups. In pupvoeding in het algemeen zijn veel meer bouwstoffen aanwezig dan in voeding voor de volwassen hond. Deze bouwstoffen zijn nodig om een kwalitatief goede weefselopbouw te garanderen. Spieren zijn voornamelijk opgebouwd uit eiwitten en goede pupvoeding voorziet dan ook in veel eiwit. Zolang een pup hoogtegroei vertoont moet deze in ieder geval puppyvoeding krijgen en liefst bij de grotere rassen ook nog gedurende de periode als deze pups in de breedte gaan groeien. Hierbij moet men zich bedenken dat een Chihuahua (volwassen gewicht 2,5 kilo) er zeven maanden over doet om uit te groeien maar dat een St. Bernard hier wel bijna twee jaar voor nodig heeft en dus veel langer pup is!

De socialisatie
De fiets is een belangrijk hulpmiddel bij een gerichte training. De eigenaar mag dan ook nooit vergeten om in de belangrijke socialisatiefase de pup volledig vertrouwd te maken met het verkeer en de fiets. Dit betekent dat de pup moet leren welke geluiden de fiets kan maken en er aan moet wennen dat hij of zij vlak naast de fiets moet lopen. Doe je dit niet dan loop je later het risico dat je niet verder komt dan de hoek van de straat omdat de hond bijvoorbeeld schrikt van een piepende handrem, zijn neus tussen de spaken stopt en eigenaar en honden liggen op straat, het verdere trainen met de fiets kun je dan wel vergeten.

Ook moet een pup leren traplopen, je weet namelijk nooit wat de komende tien jaar gaat brengen. De eigenaar bepaalt het tempo en loopt altijd voorop. Kan de hond niet rustig alleen de trap op en af of mag de hond niet boven komen dan gaat er een traphekje voor. Iedere gezonde hond mag geacht worden in staat te zijn om zijn poten beurtelings twintig centimeter op te tillen, minirassen uitgezonderd maar dit zijn niet echt de risicorassen.

Wanneer beginnen met de training?

Zoals hiervoor al beschreven bestaan er grote rasverschillen. Gaan we uit van rassen met een volwassen gewicht van 15 tot 90 kilo dan zal de aanvang liggen tussen de 4 en 6 maanden leeftijd. Dit is een vuistregel en kent dus best uitzonderingen. In de jeugd is het relatief makkelijk om spierweefsel toe te laten nemen. Bij oudere honden wordt dit moeilijker. Als bovendien de problemen zich klinisch openbaren is het vaak niet meer mogelijk om met trainen te beginnen omdat dit te pijnlijk is voor de hond of om andere medische reden niet verantwoord is. Op deze manier kan een goed getraind spierstelsel het verschil uitmaken tussen een lichte of zware medische behandeling, in sommige gevallen zelfs het verschil tussen leven of dood!

De hoeveelheid beweging
De hoeveelheid moet voorzichtig opgebouwd worden en per individuele hond bekeken worden. Ook is het niet zinvol om de beweging oneindig uit te breiden. Is eenmaal de gewenste spierontwikkeling bereikt dan zal een onderhoudstraining volstaan. Het belangrijkste is dat de training niet te lang duurt. Met het toenemen van de tijd neemt ook de blessuregevoeligheid toe door de vermoeidheid die optreedt. Beter tweemaal daags een half uur dan één keer een uur.

De soort beweging
In het algemeen kan gesteld worden dat draaibelastingen het meest risicovol zijn. Het langdurig spelen van pups moet dan ook voorkomen worden. Kort spelen is wel belangrijk voor de socialisatie. Ook het wild achter stokken en ballen aanrennen, deze al struikelend proberen te pakken alvorens weer terug te rennen zijn minder gunstige bewegingen voor pups van risicorassen.
Zwemmen en rechtlijnige beweging zijn veruit de veiligste bewegingen. Ze zijn mooi regelmatig en weinig belastend voor de gewrichten. Rechtlijnig bewegen zoals bij wandelen aan de lijn, meerennen met de baas of naast de fiets zorgt voor een mooie gelijkmatige belasting die zorgt voor een evenwichtige spiertoename.
Het in en uit de auto springen kan belastend zijn als dit relatief hoog is voor de hond, een loopplankje kan dan uitkomst brengen.
Het is met iedere vorm van training van belang om eerst even rustig te beginnen om de spieren op te warmen en deze niet meteen vol te belasten.

De ondergrond
Gladde vloeren in huis zijn voor een jonge hond van een risicoras ongewenst. Restanten vloerbedekking kunnen dan uitkomst brengen tijdens de groeifase.
Met trainen moet ook rekening worden gehouden met de ondergrond. Hoe harder de ondergrond hoe meer belastend dit is voor het skelet.
Zand kan erg zwaar worden en moet in de eerste maanden van de training gemeden worden tenzij het door een hoog vochtigheidsgehalte weer wat minder mul wordt.

Trainingsopbouw
Gemiddeld moet je in 3 maanden tijd het onderhoudsniveau bereiken. Dit betekent dat je in drie maanden tijd de training gaat opbouwen van nul tot de gewenste “eindbelasting”.
Is de gewenste eindbelasting bijvoorbeeld een half uur fietsen per dag dan kan de opbouw in 12 stappen plaats vinden (1 stap per week om praktische redenen).
Het opbouwen kan plaats vinden door de ondergrond “zwaarder” te kiezen, langer te trainen of harder te fietsen bijvoorbeeld. Hoe of je het ook opbouwt, probeer het gelijkmatig te doen.
Bijvoorbeeld: zelfde ondergrond en zelfde tempo: dan per week 2 minuten langer trainen en splitsen in twee sessies per dag. In het begin lijkt dit belachelijk weinig maar het is wel een veilige manier. Zo kan het volgende schema ontstaan:

1e week 2x 2 minuten 4
2e week 2x 4 minuten 8
3e week 2x 6 minuten 12
4e week 2x 8 minuten 16
5e week 2x 9 minuten 18
6e week 2x 10 minuten 20
7e week 2x 11 minuten 22
8e week 1x 14 minuten 14
9e week 1x 17 minuten 17
10e week 1x 20 minuten 20
11e week 1x 25 minuten 25
12e week 1x 30 minuten 30

In dit schema neemt de training eerst toe door de tijdsduur te laten toenemen. Vervolgens wordt de overstap gemaakt naar 1 training per dag. Op dit moment moet de hond in staat zijn om met iets grotere stappen de training te laten toenemen. Vervolgens wordt dan voorzichtig uitgebouwd naar de gewenste tijdsduur.
Gedurende de groeifase kan deze training dagelijks gegeven worden. Eenmaal uitgegroeid kan met 2-3 trainingen per week volstaan worden om de opgebouwde spiermassa in stand te houden. Naast een goede spierconditie zal de hond (en eigenaar) tevens beschikken over een goed uithoudingsvermogen.
Als gunstige bijkomstigheid mag verwacht worden dat deze honden niet snel overgewicht zullen ontwikkelen.

Tot slot

Niet ieder ras is geschikt om te fietsen dus dan zal er naar een looptraining gekeken moeten worden. Het blijft verstandig om elk geval individueel te (laten) beoordelen. Soms kunnen medicijnen helpen bij de opbouw van een goed spierstelsel. In sommige gevallen zal training niet gewenst zijn omdat de dieren bijvoorbeeld een aangeboren hartafwijking hebben of andere verborgen medische problemen. Overleg voorafgaand aan de training met een dierenarts in combinatie met een lichamelijk onderzoek blijft dan ook gewenst.

Met de juiste training beleven hond en eigenaar meer plezier aan elkaar, blijft de hond langer gezond en in een aantal gevallen zullen klinische klachten veel beperkter optreden dankzij een goed ontwikkeld spierstelsel!