Gebrek aan eetlust

In principe wordt de eetlust gereguleerd door de energiebehoefte van het dier. Dit mechanisme kan verstoord worden en dan kan gebrek aan eetlust optreden. We onderscheiden diergebonden-, omgevingsgebonden- en voergebonden factoren die de eetlust negatief kunnen beïnvloeden.

Diergebonden factoren

Hierbij is het gebrek aan eetlust te wijten aan het dier zelf. Ziekte is natuurlijk een voor de hand liggende oorzaak waarbij de ziekte voor de eigenaar niet uitwendig waarneembaar hoeft te zijn.

Problemen in de bek kunnen eten tot een onaangename ervaring maken waardoor het dier zijn eten laat staan terwijl er eigenlijk wel eetlust is.

Psychische oorzaken kunnen ook de eetlust verminderen. De pup na het spenen in een nieuwe omgeving en de reu die in de buurt woont van een loopse teef zijn gekende voorbeelden.

Sommige rassen staan bekend om matige eetlust maar niet zelden zit daar toch een aandoening achter die echter pas gevonden kan worden na intensief onderzoek.

Sterilisatie of castratie kan een verbetering geven, tegenwoordig kan dat bij reuen ook met een implantaatje dat toevallig bij mijn reu uitstekend heeft geholpen om zijn eetlust te verbeteren zonder het blijvende effect van een chirurgische castratie!

 Omgevingsgebonden factoren 

Hierbij kunnen we denken aan bijvoorbeeld de omgevingstemperatuur. Ook bij honden neemt de eetlust af bij hogere omgevingstemperaturen.

Een eigenaar die zijn hond al te ijverig van voer voorziet of erger nog snacks, tafelresten en dergelijke geeft zal merken dat de eetlust van het dier gaat af nemen. De energiebehoefte is voorzien en de “lekkere” eetlust blijft over.

 

Voergebonden factoren

Een onsmakelijke voeding zal het dier natuurlijk niet willen eten. Een voeding die de hond met smaak verorbert hoeft niet altijd van goede kwaliteit te zijn, een hond is dol op vet, veel “vers vlees”-voedingen bestaan voor 1/3 uit vet!

Een verstandige hond zal bedorven voeding laten staan alhoewel sommige honden dermate “voer-gefixeerd” zijn dat ze zelfs licht bedorven voedsel nog nuttigen.

De meest voorkomende vorm van licht bederf van voedsel is oxidatie: ofwel omdat de fabrikant geen antioxidanten heeft gebruikt ofwel omdat er te veel zuurstof bij de voeding komt. Bewaard de voorraad voeding dan ook altijd in een afgesloten ton op een koele en donkere plaats.

Gebruikt u een kleine verpakking vouw deze dan weer altijd goed dicht en bewaar ook deze op een koele plaats.

Voeding met een hoog vochtgehalte kan zeer snel bederven, zeker zomers. Was de bakken dan ook regelmatig af en bewaar aangebroken verpakkingen in de koelkast. Wel verdient het aanbeveling om het eten op kamertemperatuur te brengen voor het aan de hond aan te bieden.