Ontstekingen deel II

In de vorige aflevering van Hondenleven hebben we de wat meer algemeen voorkomende ontstekingen bekeken. In deze aflevering komen wat meer bijzondere ontstekingen aan de orde. Doordat ze meer zeldzaam zijn is de herkenning door de eigenaar lastiger en is deze ook minder bekend met de mogelijke gevolgen. De beschrijvingen van deze ontstekingen zal de herkenning vergemakkelijken en daarmee eerder lijden tot een tijdige en daardoor meer succesvolle behandeling.

Prostaatontsteking

De ontsteking van de prostaat bij de wat oudere reu is niet zeldzaam. Een veranderd plasgedrag kan in deze richting wijzen maar ook de bijmenging van bloed bij de urine aan het einde van de urinelozing. De ontstoken prostaat wordt groter en neemt meer ruimte in het bekken in. Hierdoor is er minder ruimte voor de doorgang van de ontlasting. Het kost de reu meer moeite om de ontlasting kwijt te raken en moet harder gaan persen, dit kan de eigenaar opvallen. Door het gebrek aan ruimte voor het laatste deel van de darm kan de ontlasting een lintvormige, afgeplatte vorm krijgen. In meer chronische gevallen kan de inwendige bespiering van het bekken beschadigd raken door het harde persen en ontstaat er een zogenaamde “dambreuk”. Alleen ingewikkelde chirurgie kan dit gevolg nog herstellen.
Niet zelden zijn er op gevorderde leeftijd abcessen aanwezig in de prostaat die pas in een latere fase problemen gaan veroorzaken.
Kortom, indien een oudere reu veranderd plasgedrag vertoond is het tijd voor een urineonderzoek en eventueel een echo. Als het dier afwijkende ontlasting vertoont en daarbij stevig moet persen dan zijn een inwendig onderzoek en een echo zeker vereist.
In een vroeg stadium is de behandeling medicamenteus en er zijn goede medicijnen voorhanden, preventief kan men overwegen om een keer per jaar bij de oudere reu een echo te laten maken van de prostaat.
Prostaattumoren zoals we die relatief frequent zien bij de mens zijn bij de hond gelukkig zeldzaam. Deze tumoren komen wel eens voor en in principe iets meer bij de gecastreerde reu dan bij de niet gecastreerde reu.

Hersenvliesontsteking

Gelukkig is dit een zeldzame ontsteking maar er zijn 2 gevallen die een nadere toelichting waard zijn.
Ten eerste kennen we bij de Berner Sennenhond een hersenvliesontsteking bij de jonge hond. Vage symptomen zoals sloom, verlies van eetlust en een wat moeizame of wankele gang zijn de enige symptomen.
De meeste gevallen zijn op te lossen met medicatie maar een terugkeer van de symptomen treedt gemakkelijk op dus de medicatie moet soms weken tot maanden lang gegeven worden.
De tweede vorm van hersenvliesontsteking die hier niet mag ontbreken is die veroorzaakt wordt door de beet van een teek. Deze ziekte kennen we vooral in landen rond de Middellandse Zee. Dieren die mee zijn geweest op vakantie of dieren die meegenomen worden door toeristen behoren tot de risicogroep. Een tijdige diagnose verbetert de prognose. Voor deze landen is een goede tekenpreventie dan ook van het grootste belang, hiervoor zijn diverse middelen beschikbaar bij uw dierenarts.

Ontsteking van de urinewegen

Dit is vooral een kwaal bij teefjes en dit heeft waarschijnlijk te maken met de anatomie van de urinewegen van de teef.
Bij de jonge teef zien we nog al eens een blaasontsteking al dan niet in combinatie met wat uitvloeiing uit de vagina. Vaak te wijten aan een nog niet volledig ingesteld evenwicht tussen eigen bacterieflora en de eigen afweer. Als de teef volwassen is komt dit veel minder voor. De blaasontsteking van de volwassen teef is niet zeldzaam. Het dier is er niet ziek van alleen de verhoogde aandrang verraadt dat er iets aan de hand moet zijn. Medicatie doet meestal vrij snel wonderen. Als de blaasontsteking zich herhaalt bij de oudere teef of slecht reageert op medicatie dan is verder onderzoek gewenst. Een bacteriologisch onderzoek met een gevoeligheidsbepaling is de eerste stap. Zo kan de dierenarts kijken of het juiste antibioticum is gebruikt. Andere oorzaken naast een resistente bacterie kunnen ook blaasstenen zijn of tumoren van de blaaswand. Ook deze kunnen een blaasontsteking tot gevolg hebben en zijn gemakkelijk met een echo op te sporen.

Oogontstekingen

Als laatste categorie ontstekingen die extra aandacht verdiend wil ik de oogontstekingen noemen. Jonge dieren en dieren met een allergie hebben nog al eens last van een ontstoken bindvlies (conjunctivitis), dit is de bindweefselplooi aan de binnenzijde van de oogleden.
Afwijkende oogleden (entropion / ectropion) kunnen dit ook veroorzaken en dienen dan ook chirurgisch gecorrigeerd te worden.
Een andere structuur aan de buitenzijde van het oog is het hoornvlies (cornea). Dit is een doorzichtige structuur en erg belangrijk. Littekenvorming zal het doorzichtig zijn verminderen en dus indirect blindheid veroorzaken. Neem met oogproblemen NOOIT een risico.
Bij geringe irritatie kan het hoornvlies troebel worden, veroorzaakt door vochtophoping in het hoornvlies. Echte verwondingen zorgen voor een zweervormige beschadiging en nog erger zijn de penetrerende verwondingen (kattennagel) die het zicht op het spel zetten.
Alle afwijkingen die u denkt waar te nemen moeten door een dierenarts (met spoed) bekeken worden.
Triest zijn de oogverwondingen die veroorzaakt worden door de eigen haartjes op de neusrug (zie foto). Het chirurgisch verwijderen van neusplooien met deze haartjes, soms het kort houden van deze haartjes kan erger voorkomen. Bij een massale beschadiging / ontsteking van het oog is dit reddeloos verloren!

Tot zover de greep uit de meer zeldzame ontstekingen maar waarbij enige kennis al snel erger kan voorkomen!