Ontstekingen deel I

Iedere hondeneigenaar wordt er wel eens mee geconfronteerd: een ontsteking bij zijn of haar hond. Ontstekingen kunnen veroorzaakt worden door een micro-organisme zoals een virus, bacterie of een protozo (eencellig diertje) maar er zijn nog tal van andere oorzaken.

De oorzaak en de locatie bepalen of zo’n ontsteking ernstige gevolgen kan hebben of dat het wel losloopt.
In deze eerste aflevering behandel ik enkele veel voorkomende ontstekingen met hier en daar wat praktische tips voor de eigenaar.

Oorontsteking

Deze ontsteking komt frequent voor en zorgt voor overlast voor de hond. Oorontstekingen kunnen behoorlijk pijnlijk zijn en het dier zal dan ook regelmatig met de kop schudden en/of aan het oor krabben. Honden met hangende oren zijn extra gevoelig mogelijk doordat er in zo’n type oor een hogere temperatuur ontstaat waarbij bijvoorbeeld bacteriën zich extra thuis voelen. De binnenkant van het oor bestaat uit onbehaarde huid met samenlevende micro-organismen. Zwemmen, overmatige beharing in de gehoorgang, overmatige oorsmeerproductie, voedingsallergie en oormijten zijn zomaar wat bekende oorzaken van oorontsteking. Het verwaarlozen van een oorontsteking kan ernstige gevolgen hebben zoals middenoorontsteking, perforatie van het trommelvlies en zelfs blijvende gehoorschade.
Dit betekent dat de dierenarts de oorontsteking adequaat dient te behandelen, inclusief de soms achterliggende oorzaak. Enkele praktische punten: ga nooit zelf met wattenstaafjes de diepte van het oor in, vraag in voorkomende gevallen aan dierenarts of trimster om de overtollige haren te verwijderen en probeer oren te drogen na het zwemmen.
Bij medicinale behandeling dient eerst het oorvuil verwijderd te worden wil de zalf voldoende kunnen werken. De dierenarts dient voor toepassing van zalf te controleren of het trommelvlies heel is anders kan de zalf vervelende gevolgen hebben.
Bij honden die veel oorsmeer produceren is het raadzaam om regelmatig met een veilige en niet irriterende oorreiniger het overtollige vuil te verwijderen.

Voorhuidontsteking

Deze ontsteking is natuurlijk alleen voorbehouden aan reuen. Vrijwel dagelijks verliest de reu druppeltjes vocht uit de voorhuid, variërend in kleur van roomwit tot groen.
Deze vloeistof bestaat uit pus welke afkomstig is uit de ruimte van de voorhuid waar bacteriën afscheiding omzetten in pus. Met een voorhuidreiniger kan de voorhuid gespoeld worden en voor korte tijd zijn de bacteriën dan verdwenen. Met het schoonlikken van zijn plasser brengt de reu weer nieuwe bacteriën aan en de geschiedenis herhaalt zich.
In feite is het niet echt een afwijkende situatie maar het kan ongewenst zijn in huis. Castratie zal in 99% van de gevallen uitkomst bieden maar dat is natuurlijk wel een drastische oplossing. Tegenwoordig is het mogelijk om reuen slechts tijdelijk chemisch te castreren middels een implantaatje. Uit ervaring met mijn eigen reu weet ik dat dit goed werkt en als prettige bijkomstigheid veranderde mijn kieskeurige en moeilijke eter in een makkelijk etende hond!

Tandvleesontsteking

Helaas zie ik dit in de praktijk veel te veel voorkomen. Eigenlijk hoeft een dier hier geen last van te hebben want de meeste tandvleesontstekingen zijn gevolg van “achterstallig onderhoud”. Meestal op wat gevorderde leeftijd is te zien dat het tandvlees dat dicht bij de elementen ligt rood begint te kleuren en in ernstige gevallen makkelijk gaat bloeden.
Deze ontsteking kan gepaard gaan met een misselijk makende geur. Het gebit van de hond dient jaarlijks gecontroleerd te worden en van tijd tot tijd door de dierenarts schoongemaakt te worden. Tijdens een roesje zal het gebit aan binnenzijde en buitenzijde gereinigd en gepolijst worden. Hiermee wordt alle tandplaque verwijderd en duurt het weer even voordat zich nieuwe plaque kan vormen. Als het gebit op tijd wordt gereinigd zal het tandvlees niet gaan ontsteken.
Als te lang gewacht wordt dan trekt het tandvlees zich terug en de ruimte tussen tand en tandvlees vult zich met bacteriën. Uiteindelijk kan dit leiden tot het verlies van elementen.
Hoektanden en de achterste kiezen zullen het snelst bedekt worden met tandplaque (gelig van kleur) en zijn een goede graadmeter voor tijdig dierenartsenbezoek.

Ontstekingen door bijtincidenten

Het is niet zelden dat honden elkaar in een korte schermutseling toch bijtwonden kunnen toebrengen. Zeker als de honden een forse vacht hebben kan dit onopgemerkt blijven. Het vervelende is dat met de beet de hoektand(en) door de huid heen kunnen dringen en vervolgens komen er zo onder de huid bacteriën terecht. Deze kunnen zich gaan vermenigvuldigen en dit kan leiden tot verschrikkelijke abcessen.
Ook de beet van een kat kan lelijke gevolgen hebben voor de ontvanger vanwege de bacteriën die er een rol bij kunnen spelen.
Eigenlijk dient ieder dier na een bijtincident goed onderzocht te worden door een dierenarts. Bij aanwezigheid van wonden moet er dan beslist worden over al dan niet hechten en medicatie. Soms verdient het de voorkeur om kleine wonden open te laten om het wondvocht zich niet op te laten hopen. Ook kunnen grotere wonden gesloten worden tot op een kleine opening na. Niet zelden zal de dierenarts besluiten tot het plaatsen van een zogenaamde drain. Dit is een kunststof structuur die er voor zorgt dat via de drain wondvocht kan afvloeien.
In onze omgeving op de Veluwe laten nietsvermoedende toeristen hun hond vaak loslopen op plaatsen waar dit niet mag. Het is dan niet uitgesloten dat een onderzoekende hond stuit op een everzwijn dat in de dekking lag. Meestal zullen de zwijnen, zeker als er jongen zijn, de strijd aangaan voordat zij zich dieper in het bos terugtrekken. De hond is hierbij zeker de verliezer. Het zwijn probeert met bruuske kopbewegingen de buik open te rijten met de geweldige hoektanden. De buikverwondingen die zo ontstaan zijn zelden te herstellen. Komt de aanval terecht op de spieren van de achterpoot dan is de schade weliswaar aanzienlijk maar vaak te herstellen. Ook deze wonden zijn berucht om hun neiging om ernstig te ontsteking, mogelijk ten gevolge van de soortvreemde bacteriën.

“Hot spot”

Letterlijk vertaald betekent dit “hete plek” en wordt zo genoemd omdat de plek zeer acuut kan ontstaan en de hond behoorlijke pijn kan bezorgen. De plek kan overal op de huid ontstaan ten gevolge van heftig krabben, bijten of likken door het dier zelf. Er ontstaat dan een huisbeschadiging waarbij vocht vrijkomt, binnen 24 uur wordt dit een pussende huidontsteking.
Mogelijk oorzaken zijn oorontsteking, anaalklierontsteking, insectenbeet, kiespijn en andere pijnen en irritaties die aanleiding zijn tot heftig krabben of bijten op één bepaalde plaats.
De huid ter plaatse moet worden gereinigd en de bacteriën bestreden. Vaak moet hiertoe de vacht voorzichtig weggeschoren worden Ook moet de irritatie/jeuk behandeld worden om de huid de kans te geven te genezen. Indien er een behandelbare oorzaak is moet deze worden aangepakt. Een hot spot dient door een dierenarts onderzocht en behandeld te worden voor een snelle genezing en pijnverlichting voor de hond.

Infectieziekten

In Nederland zijn een aantal belangrijke infectieziekten die de gezondheid van de hond zeer nadelig kunnen beïnvloeden. Enkele zijn dodelijk, anderen zijn zeer ziekmakend of voorwaardelijk dodelijk onder bepaalde omstandigheden. Tegen deze ziekteverwekkers zijn vaccins ontwikkeld die de hond beschermen. De bescherming varieert zodat ofwel de hond totaal is beschermd en niet ziek wordt of de ziekte verloopt dankzij de vaccinatie veel milder.
Van tijd tot tijd staat de vaccinatie van de hond weer ter discussie. Het is echter niet de vraag of de hond gevaccineerd dient te worden. Zoals wij in de Westerse maatschappij denken over ons huisdier en hoe we met dieren om moeten gaan dan past bescherming door middel van vaccinatie daar uitstekend bij. Wat niet vaccineren kan betekenen voor het welzijn van dieren hebben we helaas moeten ondervinden met enkele grote ziekte-uitbraken de laatste jaren onder de landbouwhuisdieren en vogels. Vogelpest en Mond en Klauwzeer hebben tienduizenden dieren de dood ingejaagd en hebben menig dierhouder en dierenarts geestelijk kapot gemaakt.
Wel kunnen en moeten we ons afvragen hoe we de dieren moeten beschermen en waartegen.
Dit zijn discussies die afhankelijk zijn van beschikbare entstoffen en de laatste gegevens over verspreiding van micro-organismen en nieuwe varianten.
Het is niet eenvoudig, met de migratie van mensen komen ook dieren binnen en met hun exotische zieketen en onbekende varianten. Daarnaast is het succes van een vaccinatie nog afhankelijk van bijvoorbeeld leeftijd, medicijngebruik, voeding en overige (parasitaire) infecties.
Op dit moment wordt bijvoorbeeld een te laag percentage van de kattenpopulatie gevaccineerd. Hierdoor krijgen infecties te veel kans zich te verspreiden en neemt de infectiedruk op onze huisdieren toe. Recente uitbraken van kattenziekte bevestigen deze ontwikkeling.
Gelukkig wordt er een wat groter percentage honden gevaccineerd maar ook dit staat in deze tijden onder druk. Overleg daarom jaarlijks met uw dierenarts wat voor uw hond onder uw omstandigheden het beste vaccinatieschema is.
Soms bestaat er een verhoogde gevoeligheid bij sommige rassen. In onze kliniek hebben we diverse Berner Sennenhonden gezien die een ogenschijnlijk onschuldige kennelhoestinfectie kregen. In plaats van te genezen met een kuur antibioticum (zoals je zou verwachten) ontwikkelde een deel van deze patiënten een heftige longontsteking met fatale afloop.
Ook zijn er wel rassen genoemd met een verhoogde gevoeligheid voor Parvo-infecties. De schandalige import van (te jonge) pupjes uit Oostbloklanden brengt ook Parvo met zich mee en verhoogt daarmee de infectiedruk.

In de volgende aflevering zullen we wat meer bijzondere ontstekingen bekijken. Gelukkig is in de moderne diergeneeskunde veel mogelijk maar voorkomen is nog steeds beter dan genezen!